Value for Money: meer dan een kwestie van kosten en rendement
Value for Money, of ‘waar voor je geld’, is in enkele jaren uitgegroeid tot een van de belangrijkste begrippen binnen het Europese toezicht op verzekerings- en beleggingsproducten. Wat begon als een element van de regels rond productgovernance, is vandaag een centrale toetssteen geworden voor toezichthouders die willen nagaan of producten voldoende waarde bieden aan consumenten. Daarbij verschuift de aandacht steeds meer van een louter kwalitatieve beoordeling naar een combinatie van kwalitatieve en kwantitatieve criteria. In dit artikel licht Rodolphe Corluy, adviseur Europese Zaken bij Assuralia, toe hoe het Value for Money-concept is ontstaan, welke rol benchmarks steeds vaker spelen in het toezicht en welke uitdagingen deze evolutie met zich meebrengt voor de verzekeringssector.
Value for Money : waar komt dit concept vandaan?
Het concept Value for Money (VfM), of ‘waar voor je geld’, is in enkele jaren tijd uitgegroeid tot een centraal thema voor het Europese toezicht op verzekerings- en beleggingsproducten. Hoewel het oorspronkelijk vorm kreeg in de regels inzake productgovernance (POG), kwam het pas echt in een stroomversnelling in april 2021, toen de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (EIOPA) een raadpleging startte over een voorstel ter omkadering van de value for money van unit-linked producten.
De aanleiding voor dit initiatief was een eenvoudige vaststelling: sommige producten gingen gepaard met hoge kosten of waren erg complex, terwijl de voordelen ervan voor de klant niet altijd duidelijk waren. Volgens EIOPA is er sprake van ‘Value for Money’ wanneer een product een correcte kosten-batenverhouding biedt: de kosten en lasten moeten in verhouding staan tot de voordelen voor de geïdentificeerde doelmarkt en redelijk zijn als men rekening houdt met de uitgaven die de aanbieders moeten dragen.
Achter die definitie schuilt een fundamentele vraag: hoe kan worden gewaarborgd dat een product de klant werkelijk voldoende waarde biedt in verhouding tot de prijs die hij betaalt? Rond die vraag hebben de werkzaamheden van de Europese en nationale toezichthouders zich de voorbije jaren gekristalliseerd.
De oorsprong: Value for Money binnen het POG-kader
Value for Money vindt zijn oorsprong in de Europese regels inzake producttoezicht en -governance (Product Oversight and Governance, afgekort POG), die werden ingevoerd door de IDD-richtlijn van 20 januari 2016 betreffende verzekeringsdistributie. Het uitgangspunt is dat de ontwikkelaar van een verzekeringsproduct moet aantonen dat het product beantwoordt aan de behoeften, doelstellingen en kenmerken van de doelmarkt waarvoor het bestemd is.
Een kwantitatieve dimensie boven op de kwalitatieve
Aanvankelijk berustte de analyse van de value for money vooral op een kwalitatieve beoordeling in het kader van de POG-procedures. Om die analyse te objectiveren, zijn de toezichthouders (cf. het vademecum van de FSMA over Product Oversight and Governance (POG) inzake verzekeringen van 12 juli 2023) geleidelijk aan indicatoren gaan integreren die meer kwantitatief van aard zijn, zoals een minimale verhouding tussen schade-uitkeringen en premies (claims ratio) voor niet-levensverzekeringen, een maximumniveau van Reduction in Yield (RIY) voor spaar- en beleggingsproducten, of andere referentiewaarden waarmee de prijs-kwaliteitverhouding van een product kan worden beoordeeld. .
Die evolutie voedt echter een aanhoudend debat: is het mogelijk om de waarde van een product te meten als men uitsluitend naar de kosten en het rendement ervan kijkt? Het is belangrijk eraan te herinneren dat ook andere elementen bijdragen tot de waarde die het product de klant biedt, zoals advies, verzekeringswaarborgen en bijbehorende diensten.
Benchmarks en nationale ‘clusters’ doen hun intrede
De recente goedkeuring van de Retail Investment Strategy (RIS) door de Europese wetgever voegt nog een extra dimensie toe aan de kwantitatieve en kwalitatieve beoordeling van de value for money. De belangrijkste ontwikkeling is het toenemende gebruik van benchmarks en marktvergelijkingen. Zo heeft EIOPA een methodologie ontwikkeld die gebaseerd is op groepen van vergelijkbare producten om producten te kunnen identificeren die aanzienlijk afwijken van hun peers en bijgevolg mogelijk bijzondere aandacht van de toezichthouders vereisen.
Tegelijk hebben verschillende nationale autoriteiten hun eigen benadering ontwikkeld. België, Frankrijk, Duitsland, Italië en Polen hanteren vandaag uiteenlopende instrumenten, verwachtingen of drempels om de value for money van hun nationale producten te beoordelen. Door die veelheid aan nationale initiatieven ontstaan er ‘toezichtsclusters’, wat een meer fundamentele tendens illustreert: hoewel Value for Money een Europees concept is, blijft de concrete toepassing ervan meer lokaal, en sterker gebaseerd op vergelijkingen binnen de nationale markt.
Wat brengt de toekomst voor Value for Money?
Op korte termijn zal de tendens vermoedelijk stabiel blijven: het gebruik van benchmarks en marktvergelijkingen zal zich zowel op nationaal als op Europees niveau verder blijven ontwikkelen. EIOPA blijft haar methodologieën verfijnen en publiceert geregeld analyses over de kosten en prestaties van verzekeringsgebaseerde beleggingsproducten.
De echte vraag is ongetwijfeld fundamenteler. Het gaat er niet langer over of Value for Money deel zal uitmaken van het Europese regelgevingslandschap. Het concept is inmiddels stevig verankerd in het POG-kader en in de verwachtingen van de toezichthouders.
De debatten gaan veeleer over de manier waarop de value for money moet worden beoordeeld. EIOPA en de nationale autoriteiten kennen bij hun werkzaamheden een steeds grotere plaats toe aan kwantitatieve indicatoren en benchmarks. Voor de sector komt het er echter op aan te voorkomen dat die indicatoren op zichzelf doorslaggevende criteria worden. De waarde van een verzekeringsproduct hangt niet alleen af van het kostenniveau of het verwachte rendement. Ook de kwaliteit van het advies, de geboden waarborgen, de mate waarin het product op de klant is afgestemd en de opvolging van de klant tijdens de looptijd van de overeenkomst zijn factoren die meerwaarde voor de consument creëren. Een van de belangrijkste uitdagingen voor EIOPA zal er dan ook in bestaan een evenwichtig beoordelingskader te ontwikkelen dat zowel op kwantitatieve als op kwalitatieve criteria berust en tegelijk rekening houdt met de diversiteit van de nationale markten binnen de EU.
De toekomst van Value for Money zal waarschijnlijk worden bepaald door de zoektocht naar een evenwicht tussen die verschillende dimensies. De komende jaren zullen uitwijzen in welke mate benchmarkinginstrumenten verder kunnen worden ontwikkeld zonder dat men de eigenheden van de verschillende producten en de uiteenlopende verwachtingen van consumenten uit het oog verliest. De discussie gaat dus niet langer alleen over het kostenniveau, maar over de vraag hoe de werkelijke waarde kan worden gemeten die een product de klant kan bieden.