Elektrificatie, fiscaliteit en flexibiliteit: de nieuwe realiteit voor Belgische wagenparkbeheerders
Benoît Montens is al meer dan 20 jaar wagenparkbeheerder bij Assuralia. We stelden hem enkele vragen over de recente uitdagingen, trends en evoluties in mobiliteitsbeheer en maakten ook een zijsprongetje naar een ander mandaat dat hem na aan het hart ligt, namelijk dat van bestuurslid en algemeen secretaris van de beroepsvereniging voor verzekeringsinspecteurs en -experten (BVVIE-APIE).
Wat zijn de belangrijkste uitdagingen waarmee wagenparkbeheerders vandaag in België worden geconfronteerd en welke factoren spelen daarbij een rol?
Wagenparkbeheerders staan voor een complexe uitdaging: de overstap naar duurzame voertuigen realiseren, zonder de kosten te laten stijgen of de keuzevrijheid van medewerkers te beperken. Car policy’s moeten een evenwicht zien te vinden tussen het beschikbare budget voor alle personeelscategorieën binnen de organisatie. Elektrische voertuigen hebben doorgaans een hogere cataloguswaarde, wat leidt tot een duurdere leasingprijs. Daarnaast is de publieke laadinfrastructuur ongelijk verdeeld: Vlaanderen telt 77.313 laadpalen, Wallonië 13.190 en het Brussels Gewest bijna 10.000. De uitbouw verloopt traag en niet iedereen beschikt thuis over een geschikte installatie. De autonomie van elektrische voertuigen verbetert wel, met steeds meer modellen die krachtige batterijen hebben. Hoewel ze nog niet het bereik van fossiele voertuigen halen, volstaan ze voor het dagelijkse gebruik: 90% van de ritten is kort. Vakantiereizen vergen nog enige planning, maar blijven beperkt tot enkele keren per jaar.
Hoe beïnvloeden de fiscale spelregels voor (bedrijfs)wagens, die opnieuw veranderen, het wagenparkbeheer? En welke andere maatregelen kunnen de transitie naar duurzame mobiliteit versnellen?
Onze leden promoten steeds meer volledig elektrische voertuigen omdat dat fiscaal interessant is voor hen.
De verlenging van de huidige fiscale voordelen voor propere voertuigen is dan ook essentieel. Voor in 2026 aangekochte elektrische voertuigen blijft de 100% aftrekbaarheid behouden. Bij plug-inhybrides is de situatie complexer, met verschillen afhankelijk van het type voertuig en de energiebron. Vanaf 2035 mogen in Europa geen niet-elektrische voertuigen meer worden ingeschreven, al hebben lidstaten enige speelruimte. De regering overweegt overgangsmaatregelen voor bepaalde hybrides, maar die zijn nog niet gestemd. Ook is onduidelijk of laadpalen, betaald als optie bij een bedrijfsvoertuig, op het einde van het contract als voordeel van alle aard worden beschouwd. Extra belasting voor wie thuis laadt lijkt me onterecht.
België is trouwens een uitzondering in Europa met uitzonderlijk veel bedrijfsvoertuigen. Dit versnelt de elektrificatie van het wagenpark. Na de leasingperiode blijven deze voertuigen in omloop.
Tot slot is er dringend nood aan een Europees debat over lagere prijzen voor elektrische wagens. De duurdere prijs van elektrische wagens wordt nog te vaak verantwoord door te verwijzen naar de kosten voor research & development, maar die zijn eigenlijk al jaren afgeschreven.
Enkele marktspelers bevelen nu leasingcontracten van zes jaar aan voor elektrische voertuigen. Zal die trend zich doorzetten?
De meeste contracten worden aangeboden voor vier tot vijf jaar en op basis van het aantal kilometers dat een bestuurder aflegt. Wie tevreden is met zijn voertuig kan zijn leasing naar zes jaar verlengen, al blijft het profiel van de bestuurder, met name zijn rij-afstanden, doorslaggevend bij die beslissing.
De reden van de evolutie naar langere leasingcontracten is dat het een win-winverhaal is. Elektrische wagens vragen minder onderhoud, zijn technisch betrouwbaar en de batterij gaat tot tien jaar mee, zodat ze na zes jaar nog een interessante tweedehandswaarde hebben wanneer de leasingmaatschappij ze verkoopt. Ook de werknemer doet een goede zaak, want hij kan zijn vertrouwde voertuig en de bijbehorende voorwaarden langer behouden.
Hoe groot is de uitdaging om een mobiliteitsplan te ontwikkelen met naast bedrijfswagens ook alternatieven als fietsen, openbaar vervoer, deelmobiliteit en thuiswerkvergoedingen?
Als ik met de vlootbeheerders uit de sector spreek, kan ik alleen maar vaststellen dat we allemaal dezelfde bekommernissen delen: duurzaamheid bevorderen en kosten beheersen. Dat brengt ook mee dat er grondig wordt nagedacht over ruime mobiliteitspakketten waarvan bedrijfsvoertuigen slechts één onderdeel zijn. Meer en meer verzekeraars voorzien nu bijvoorbeeld in fietsleasings en beveiligde parkeerplaatsen voor fietsen. Ook wordt er bij de keuze van nieuwe vestigingen of bij de verhuis van een zetel steeds vaker gekozen voor locaties die aan een station of halte liggen.
U bent ook bestuurslid en algemeen secretaris bij de beroepsvereniging van verzekeringsinspecteurs en experten (BVVIE-APIEA). Wat streeft deze organisatie na en hoe draagt u daaraan bij?
De BVVIE behartigt de belangen van de verzekeringsinspecteurs en -experten. Ze werd 25 jaar geleden met de steun van Assuralia opgericht
De afgelopen jaren legde de BVVIE zich vooral toe op gesprekken met de overheid over de recente wet van 18 mei 2024 tot regeling van de private opsporing, waarmee een professionalisering van het beroep wordt beoogd. Met als resultaat een wettekst waarover we vrij tevreden mogen zijn, al is elke wet het resultaat van politieke compromissen. De nieuwe wet biedt deze beroepsgroep een degelijk werkkader met enkele belangrijke evoluties. Zo hoeft een technisch inspecteur die alleen technische vaststellingen doen geen vergund privaat onderzoeker te zijn (vroeger was het wel aanbevolen in dat geval te beschikken over een vergunning van privédetective, zoals het beroep in de vroegere wet heette). Daarnaast bevat de wet enkele uitsluitingen en uitzonderingen met betrekking tot de Algemene Verordening Gegevensbescherming. De memorie van toelichting bij de wet omvatte ook een expliciete uitsluiting van de auto-inspecteurs wat het toepassingsgebied van de wet betreft, maar die werd niet in de wettekst zelf opgenomen.
De komende jaren zal de BVVIE in nauwe samenwerking met Assuralia de koninklijke besluiten voor de implementatie van de wet nauw opvolgen. Daarnaast wil de vereniging centraal een kwalitatief aanbod van juridische en technische opleidingen organiseren, zodat verzekeraars dit niet afzonderlijk hoeven te doen. Tot slot willen we goede contacten blijven onderhouden met andere beroepsverenigingen, bijvoorbeeld van de transportsector, de telecommunicatie …, om onze gezamenlijke belangen te behartigen.