De juridische en fiscale belangen van de verzekeraars behartigen: essentieel werk achter de schermen
Xavier de Beauffort, directeur Juridische & Fiscale studies en hoofd van het Competence Center Insert, blikt terug op 2025. De meerwaardetaks, de innovatie-aftrek, de samenwerking met de FSMA … Op zijn team werd, zoals ieder jaar, een intensief beroep gedaan voor dossiers die langdurig gevolgen zullen hebben voor de verzekeringssector.
Het jaar 2025 werd gekenmerkt door de komst van een nieuwe federale regering en, in het verlengde daarvan, nieuwe politieke ambities met potentiële gevolgen op juridisch en fiscaal vlak. Hoe hebben u en uw team 2025 ervaren?
Na de installatie van een nieuwe meerderheid volgt altijd een golf aankondigingen van toekomstige hervormingen die gevolgen kunnen hebben voor de verzekeringssector. Maar naast de aankondigingseffecten is er ook de realiteit dat de ministers zich eerst in hun dossiers moeten inwerken. De tijd die verstrijkt tussen het idee van een hervorming en de concrete uitwerking ervan kan van kortere of langere duur zijn. Dat hebben we ook in 2025 vastgesteld: geen gebrek aan ideeën, maar slechts weinig concrete verwezenlijkingen, wat op enkele maanden tijd ook niet zo onlogisch is. Een zeer sprekend voorbeeld is dat van de meerwaardetaks.
Waakzaamheid was niet alleen geboden voor de politieke beslissingen, maar ook voor de initiatieven van de FSMA?
Zeker! Die initiatieven kunnen enorme gevolgen hebben voor de verzekeringsondernemingen. Ik denk hier in het bijzonder aan de dossiers “groepsverzekeringen” en “value for money”, die langdurige onderhandelingen met de FSMA vereisen.
U haalde het al aan: over de meerwaardetaks is het afgelopen jaar heel wat inkt gevloeid. De uitdagingen waarmee de invoering ervan gepaard gaat, hebben de gemoederen in de bank- en verzekeringswereld sterk verhit. Wat heeft u de meeste hoofdbrekens bezorgd?
In dat dossier hebben de teams van Assuralia inderdaad veel energie gestoken, vooral wat de haalbaarheid betreft van de toepassing door de verzekeraars. Het grootste probleem was dat we gedurende lange tijd geen definitieve teksten te zien kregen, terwijl de inwerkingtreding aanvankelijk voor 1 januari 2026 was aangekondigd. Dat leidde tot veel onzekerheid, vooral over de nodige aanpassingen op informaticavlak. Onzekerheid die trouwens op het moment van dit gesprek nog steeds niet weggenomen is.
We zijn genoodzaakt ons bij onze werkzaamheden te baseren op voorlopige teksten. Zoals een van mijn vroegere bazen zei: ‘je schiet op een bewegend doel’.
Jullie hebben ook tot de laatste minuut moeten werken om een specifiek punt geregeld te krijgen voor de wet van 16 december 2024 tot regeling van de private opsporing?
Inderdaad. Die wet bood aan de interne diensten voor private opsporing bij de verzekeringsondernemingen de mogelijkheid om onderling informatie uit te wisselen die werd verkregen tijdens onderzoeken bij vermoedens van georganiseerde fraude. Maar in die mogelijkheid was slechts voorzien voor één jaar. Na 16 december 2025 zou er dus een verbod zijn ingegaan op de overdracht van gegevens tussen interne diensten voor private opsporing! Wij pleiten voor een verlenging van de regel en de invoering van een duurzaam kader dat in overeenstemming is met de AVG. In december heeft de minister uiteindelijk een verlenging van de uitzondering met twee jaar toegezegd, de nodige tijd om dat kader vast te leggen. Het is een onderwerp dat onze beroepsvereniging nauwlettend blijft volgen.
Naast deze dossiers kon uw team ook andere projecten afronden waarop de sector zat te wachten. Dat was bijvoorbeeld het geval voor de fiscale aftrek voor innovatie-inkomsten?
Dat klopt. Samen met de banken hebben we daar bijna een jaar lang aan gewerkt en in september hebben we een akkoord bereikt met de dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken (ruling). Een akkoord dat rechtszekerheid biedt over de voordelige belastingaftrek bij de ontwikkeling van nieuwe informaticaprojecten in de financiële sector. Dat is uitstekend nieuws voor onze leden die nieuwe software ontwikkelen om bijvoorbeeld sneller hun dossiers te kunnen behandelen of hun klanten een betere dienstverlening te bieden.
Deze maand, maart 2026, is het net tien jaar geleden dat de terroristische aanslagen in België plaatsvonden. Gebeurtenissen met aanzienlijke gevolgen voor de verzekeraars. Brengt de nieuwe wet betreffende de schadeloosstelling van slachtoffers van een daad van terrorisme en betreffende de verzekering tegen schade veroorzaakt door terrorisme meer duidelijkheid of zijn hieraan nog aanpassingen nodig?
De wet verandert de zaken fundamenteel, vooral door te voorzien in een solidariteitsregeling die de schadeloosstelling van alle slachtoffers van terreurdaden waarborgt, ook zij die niet door een verzekering gedekt zijn. Het nieuwe vergoedingssysteem met zijn cascaderegeling vereiste wel een wijziging van de statuten van de vzw TRIP om het ook voor openbare instellingen mogelijk te maken zich bij de vereniging aan te sluiten. Die wijziging hebben we in 2025 doorgevoerd. Maar er zullen nog andere aanpassingen nodig zijn om de laatste grijze zones in de wet uit te klaren, vooral wanneer de schadeloosstelling via de arbeidsongevallenverzekeraar verloopt. In de toekomst zal een herstelwet moeten worden aangenomen om deze punten te verduidelijken en de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te waarborgen.
Hoe staat het met de uitvoering van de nieuwe Europese verordening ter bestrijding van witwassing?
We zijn al begonnen met de werkzaamheden voor de toepassing van deze verordening, die in 2027 in werking treedt. Samen met de federaties van tussenpersonen werken we aan een gezamenlijke gedragscode en een harmonisatie van de gehanteerde praktijken. Dat is fundamenteel werk dat onzichtbaar is, maar een grote investering van het team vergt.
Welke meerwaarde heeft de federatie volgens u aan de sector en de maatschappij te bieden?
Onze deskundigheid en geloofwaardigheid worden erkend, zodat we voor de overheid en andere stakeholders een betrouwbare partner kunnen zijn. We proberen altijd op constructieve dialoog in te zetten. Onze werkzaamheden spelen zich voor een groot deel achter de schermen af, maar zijn essentieel voor de stabiliteit en de ontwikkelingen van de sector.
Xavier de Beauffort - Laureen Steinier - Edwin Desnyder - Laura Brigode - Charles van Oldeneel
2025, een jaar van groei voor Insert
Voor Insert, het Competence Center van Assuralia, stond het jaar 2025 in het teken van groei en diversifiëring. Een ruimer aanbod, een stijgend aantal ervaren opleiders en een toenemende interesse van een steeds breder publiek: Insert heeft, aan de zijde van Fopas, definitief zijn plaats ingenomen als referentiepartner voor opleiding in de verzekeringssector.
De recente verruiming van de doelgroep van Fopas naar alle kaderpersoneel was bovendien een gelegenheid die Insert en Fopas hebben aangegrepen om hun opleidingsaanbod gericht op seniormanagementfuncties uit te breiden.
Marjorie Demannez, manager van Insert: “Insert kan, omdat het dicht bij Assuralia en de verzekeraars staat, snel inspelen op de verwachtingen die in de sector leven op het gebied van opleiding. In totaal telden we 2.565 deelnames, verspreid over 230 opleidingen. In 2026 gaan we op dat elan door. We blijven nieuwe samenwerkingen opzetten met opleiders uit het werkveld. We werken nieuwe opleidingen uit die rechtstreeks aansluiten op de verzekeringsactualiteit en afgestemd zijn op de behoeften van de verzekeraars. En we rollen e-learning uit om ons hybride opleidingsaanbod te versterken voor onderwerpen die een breed publiek aanbelangen”.