Fraudebestrijdingsbeleid

Inleiding

Het aantal eigenaars van een dieselwagen dat zijn tank met stookolie vult, is niet te tellen, evenmin als het aantal zwartrijders op trein of bus. Ook in de verzekering valt op fraude nauwelijks een cijfer te plakken.

Volgens indicaties waarover het Europees Comité voor het Verzekeringswezen (CEA) beschikt, zou de verzekeringsfraude op de meeste Europese markten nochtans 5 tot 10 % uitmaken van het totaalbedrag van de schadevergoedingen in de schadeverzekering.

Voor de Belgische markt zou dat betekenen dat de fraude goed is voor minstens 250 miljoen euro. Met andere woorden, elk verzekerd gezin zou voor zijn verzekeringspremies tussen 60 en 125 euro te veel uitgeven, een bedrag dat verzekerden zonder scrupules in hun zak steken.

Voor het becijferen van de verzekeringsfraude baseert Assuralia zich op de schadestatistieken van zijn leden die over een periode van drie tot vijf jaar geconsolideerd werden.

Waarom ligt dat bedrag zo hoog ?

Een verzekeringsovereenkomst is per definitie gebaseerd op de goede trouw van de partijen. Ze is van toepassing op talrijke situaties die om commerciële en economische redenen niet stelselmatig door de verzekeraar kunnen worden gecontroleerd. Bij het sluiten en het uitvoeren van een contract zijn de kansen om te frauderen legio:

Bij de sluiting

  • het verzwijgen van elementen aan de hand waarvan het risico kan worden beoordeeld (valse intentieverklaring), om te vermijden dat de verzekeraar de dekking zou weigeren of om voordeligere waarborgvoorwaarden in de wacht te slepen;
  • het verzwijgen van het bestaan van andere waarborgen met betrekking tot hetzelfde risico (meervoudige dekking) om te trachten van verschillende verzekeraars een vergoeding te verkrijgen;
  • het sluiten van waarborgen voor goederen die niet bestaan of waarvan de aangegeven waarde vrijwillig overdreven wordt om bij een schadegeval meer te incasseren

Bij de uitvoering

  • opzettelijk of voorgewend schadegeval: de verzekerde lokt zelf een schadegeval uit of geeft een schadegeval aan dat niet heeft plaatsgevonden;
  • na een daadwerkelijk schadegeval: de verzekerde tracht voor de vergoeding van de schade een waarborg in te roepen die normaal niet van toepassing is; of hij verhoogt het bedrag van de schade die hij beweert te hebben geleden.

Maatregelen ter bestrijding van fraude

De strijd tegen fraude begint uiteraard bij ondernemingen zelf, maar het initiatief mag niet alleen bij hen berusten, aangezien er vaak commerciële of concurrentiële overwegingen meespelen.

Daarom heeft Assuralia (Beroepsvereniging van verzekeringsondernemingen) besloten om van fraudepreventie en -bestrijding in de verzekering een prioritair actiethema te maken.

Daartoe stelt ze een zespuntenprogramma voor, dat de aanzet heeft gevormd voor een aantal concrete initiatieven:

1. Wederzijds signaleren van risico's die de schadelast aanzienlijk verzwaren

Door de aanzienlijke toename van de schadelast tijdens de afgelopen jaren is het noodzakelijk geworden informatie over het "schadeverleden" van verzekeringsnemers uit te wisselen.

Zo wordt het mogelijk om bij de contractsluiting het risico beter te beoordelen en om bij een schadegeval een nauwkeurig beeld te krijgen van het "schadeverleden" van de verzekerde.

2. Sensibilisering van de verzekeringnemers en het publiek in het algemeen

Wanneer de initiatieven van de verzekeraars om fraude aan te pakken weerklank vinden, schrikt dat niet alleen (mogelijke) fraudeurs af, maar komt dat ook het imago van de sector ten goede.

3. Studie en analyse

Wanneer zijn bedrog onopgemerkt voorbij is gegaan, zal een fraudeur de volgende keer gelijkaardige of zelfs dezelfde knepen toepassen. Een beroepsvereniging moet dan ook al het mogelijke doen om te achterhalen welke mechanismen achter verzekeringsfraude schuilen, en de specialisten van de verzekeringsondernemingen met elkaar in contact te brengen en nauw te doen samenwerken.

Deze samenwerking moet zorgen voor een doeltreffender beleid tegen de georganiseerde fraude die de hele sector raakt.

4. Opleiding

In het algemeen weet men in de verzekeringsondernemingen te weinig over fraude of onderkent men het probleem niet. Fraudeurs zijn snel in het bedenken van nieuwe, ingenieuze fraudetechnieken. Om de vinger aan de pols te houden is zowel op ondernemings- als sectorniveau een continue opleiding noodzakelijk.

5. Beleid inzake aangifte en vervolging

Wanneer na controle blijkt dat een schadegeval niet in aanmerking komt voor vergoeding wegens fraude of een poging daartoe, moet de verzekeraar vermijden dat de dader er ongestraft vanaf komt. Niet alleen weigert de verzekeraar de schadevergoeding en schort hij de dekking op, ook neemt hij de gegevens van de fraudeur op in een bestand en schakelt hij het gerecht in.

6. Samenwerking met de overheid

Bij de behandeling van schadedossiers beschikken de verzekeraars niet over alle concrete gegevens die nochtans bij de overheids- en politiediensten voorhanden zijn. Ze stoten overigens vaak op wettelijke belemmeringen die beletten dat die inlichtingen hen te gelegener tijd worden meegedeeld. Ze beschikken vaak over voor de overheidsdiensten bijzonder nuttige informatie.

Dit programma maakt deel uit van de aanbevelingen tegen fraude op sectorniveau waartoe het merendeel van de verzekeringsondernemingen toegetreden is.