Toezichtskost

Tegen 2016 stijgt de jaarlijkse kost van het toezicht van de FSMA en de Nationale Bank op de verzekeringssector tot 46,5 miljoen euro. Dat is niet alleen drie keer meer dan wat de toenmalige CBFA in 2008 opeiste, het is ook beduidend meer dan in alle andere Europese lidstaten het geval is, hoewel de verzekeraars daar aan dezelfde regels moeten voldoen. Dat zegt Assuralia, de beroepsvereniging van de verzekeringsondernemingen, naar aanleiding van het KB van 29 maart 2014 over de nieuwe financieringsregels voor de FSMA dat op 13 mei 2014 in het Staatsblad verscheen.

De FSMA, de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten, controleert samen met de Nationale Bank de financiële sector. Na de financiële crisis kreeg de FSMA er extra bevoegdheden rond consumentenbescherming bij, nadat het prudentieel toezicht naar de Nationale Bank was overgeheveld. Voor die extra bevoegdheden krijgt de FSMA nu en in de komende jaren bijkomende werkingsmiddelen toegewezen.

De kost van het toezicht was vóór het nieuwe KB al tweemaal zo duur als in Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk, de twee andere landen in de weinig benijdenswaardige top drie van de duurste EU-landen op het vlak van de toezichtskost. Met de nieuwe financieringsregels van de FSMA stijgt die totale kost in België van 31,3 miljoen euro in 2012 tot 46,5 miljoen euro in 2016. Een stijging van maar liefst 48,5 %. Met die 46,5 miljoen euro zullen de Belgische verzekeraars, die samen een premie-incasso van 29 miljard halen, meer betalen dan bijvoorbeeld de Duitse (44,4 mio euro), Franse (34,9 mio euro) of Italiaanse verzekeraars (44,3 mio euro), die nochtans een veel grotere markt vertegenwoordigen en een aanzienlijkere omzet realiseren van resp. 179, 187,8 en 110 miljard euro.

Die kost van het toezicht komt bovenop de 3,95 miljard euro die de Belgische sector jaarlijks al betaalt aan bijdragen en lasten. Dat zijn bijvoorbeeld de premietaksen, parafiscale heffingen (RIZIV, RSZ, Rode Kruis) en de kosten van het Bijzonder Beschermingsfonds voor deposito’s en levensverzekeringen. Al deze bijdragen en lasten zijn samen goed voor maar liefst 14% van het jaarlijkse premie-incasso.

“Assuralia erkent dat een goede consumentenbescherming en degelijk toezicht nodig zijn, maar stelt deze enorme factuur in vraag”, bemerkt gedelegeerd bestuurder Philippe Colle. “Alle Europese lidstaten hebben immers te maken gehad met dezelfde financiële crisis en moeten voldoen aan dezelfde reglementering als het aankomt op financiële soliditeit, solvabiliteit en consumentenbescherming.”

Assuralia stelt dan ook voor om de nieuwe financieringsregels stapsgewijs in te voeren en elke aanpassing tweejaarlijks te evalueren naargelang de effectieve noden van de Nationale Bank en de FSMA en dit in overleg met de bevoegde ministers en de verzekeringssector.

Hopelijk mag de redelijkheid zegevieren.